geschiedenis - terugblik - logo
link naar site map van terugblik
illustratie - blauwe lijn

index

vóór Christus

0  - 1900

1900 - 1909

1910 - 1919

1920 - 1929

1930 - 1939

1940 - 1949

1950 - 1959

1960 - 1969

1970 - 1979

1980 - 1989

1990 - 1999

2000 - 2009

2010 - 2019

tijdlijn

boeken

reizen

links

op zoek naar je oude school?

begin bij
klasgenoten

TIJDLIJN INTERNET /  TIMELINE INTERNET

1969  -  ARPANet, bedoeld om Amerikaanse regeringscomputers te verbinden met 'defense contractors' I.v.m. de dreiging van een nucleaire oorlog werd het systeem niet-hiërarchisch opgezet. Mocht er een knooppunt [node] worden vernietigd, dan kon de rest van het netwerk in bedrijf blijven. De informatie die verstuurd werd was tekst in de vorm van electronic mail messages en een-op-een.
1970  -  Universiteiten en onderzoeksinstituten gaan gebruik maken van het ARPANet/Internet
1971  -  NCSA [National Center for Super-computing Applications stimuleert het ontwikkelen van toepassingen voor netwerk
1972  -  Telnet -  hiermee kunnen twee computers op afstand met elkaar communiceren
1973  -  FTP
1979  -  Usenet News
1981  -  300 bps Modems
1984  -  Apple Macintosh Personal Computer
1985  -  Amerikaanse overheid begint zich zorgen te maken over het toenemende gebruik van het ARPANet door niet-militairen en ARPANet krijgt er een broertje bij: MilNet [uitsluitend voor militaire gebruikers]. Het ARPANet komt in handen van de NSF en veranderd van naam..
1986  -  NSFnet opgericht [National Science Foundation} met een 56K backbone
1986  - Microsoft, Aldus en associates komen met TIFF {Tagged Image File Format]
1986  -  'Aldus File newsletter' met twee fonts: Helvetica en Times
1989  -  NSFnet Backbone opgewaardeerd naar T1
1990  -  het Hypertext-project wordt door Tim Berners-Lee voorgesteld
1991  -  Gopher wordt geintroduceerd, waarmee studenten snel info konden vinden
1992  -  Het World Wide Web wordt 'geboren', het geesteskind van Tim Berners-Lee
1992  -  De backbone van NSG wordt opgewaardeerd naar T3 [45 Mbps]
1993  -  NCSA presenteert de browser Mosaic, het geesteskindje van Marc Andreesen, verschijnt en zorgt voor grafische plaatjes.
1993  -  InterNic
1993  -  In juni zijn er 130 websites
1994  -  De webbrowser Netscape verschijnt op de markt.
1994  -  Pizza Hut ziet het 'gat in de markt' en begint met verkoop van pizza's via zijn website
1994  -  In december treft de luchthaven Schiphol voorbereidingen voor een website
1995  -  In maart gaat de eerste offciële airport website van de wereld in de lucht in samenwerking met XXlink.
1995  -  Controle over de Internet backbone wordt vercommercialiseerd [o.a. MCI]
1995  -  RealAudio doet zijn intrede
1995  - Het W3 Consortium komt eindelijk met zijn HTML 2.0 specificaties, terwijl Netscap al onofficieel HTML 3 extenties in zijn Navigatot browser heeft ingebouwd.
1995  -  Sun komt met de cross-platform programmeertaal Java en vervolgens met het broertje javaScript.
1995  -  De rol van zoekmachines op Internet neemt enorm toe nu er aan het eind van het jaar meer dan 100.000 websites zijn.
1996  -  MCI backbone opgewaardeerd naar OC-3 [122 Mbps]
1996  -  Apple's Quicktime video technologie beschikbaar als streaming plug-in
1996  -  MSN wordt gelanceerd
1996  -  Het programma Shockwave maakt 'full-blown' multimedia mogelijk op Internet


De duizende netwerken die middels Internet met elkaar verbonden zijn, maken gebruik van twee protocollen: Transmission Protocol {TCP] en Internet Protocol [IP]. Heel simpel komt dat er op neer dat TCP de te versturen informatie opdeelt in allemaal kleine 'pakketjes' [data-envelopjes] om ze te versturen en ze op de plaats van aankomst de pakketjes weer aan elkaar plakt. IP zorgt voor de juiste adressering.
Tussen verzenden en ontvangen zit een heel proces, waarbij hubs, bridges, gateways, repeaters en routers zijn betrokken.
Hubs verbinden verzamelingen computers met elkaar en bridges verbinden LAN's [local area network] met elkaar.
Gateways lijken op 'bridges' maar vertalen ook informatie van het ene naar het andere netwerk.
Omdat data/gegevens over een lange afstand moeten reizen, zorgen repeters onderweg voor een constante signaalsterkte.
Routers zijn een soort 'traffic-managers' die er voor zorgen dat elk 'pakketje' op de juiste bestemming komt.

Tot de eerste browsers behoren MacWeb en NCSA Mosaic. Grijze achtergrond, slechts twee fonts en de mogelijkheid tot het afbeelden van gif-plaatjes. Tekst kon nog niet gecentreerd worden.
Netscape zorgt al snel voor meer mogelijkheden: meerdere achtergorndkleuren, tables, text alignment en JPEG-plaatjes.


Naar index Tijdlijn
 

illustratie - blauwe lijn

disclaimer

(C) 1998-2002-0207 - Studio 15