|
Walvisvaart
Niet alle walvissoorten zijn geschikt voor traanproductie. Er werd het meest gejaagd op de Groenlandse
walvis, de noordkaper, de blauwe en gewone vinvis, de bultrug en de potvis. Naast de traan leverde de walvis vlees voor consumptie. Men at ook de lever omdat die zeer smakelijk en vitaminerijk werd geacht. De
buigzame baleinen, vooral van de bultrug, gebruikte men onder meer in paraplu's en de kostbare amber vond zijn weg naar de cosmeticamarkt. De walvis bleek een bijzonder bruikbaar beest. Deze bloeiende bedrijfstak
raakte in het slop toen traan als brandstof vervangen werd door de veelbelovende aardolie. Halverwege de negentiende eeuw vingen de Hollanders hun laatste vinvis.
In het begin van de 20ste eeuw leefde de
walvisvangst weer op dankzij de uitvinding van een verhardingsprocédé waardoor uit traan voedzame margarine kon worden gemaakt en omdat Nederland geen vloot had, moest ruwe traan worden geimporteerd. Voor 1940 was
dat jaarlijks zo'n zeventigduizend ton, waarvan tweederde als gehard traan weer werd uitgevoerd.
Na de WO II, toen de nationale veestapel en dus de boterproductie drastisch was geschonken, de aanvoer van
plantaardige vetten uit het voormalige Nederlands-Indië tot een minimum was beperkt, ging Nederland met de Willem Barendsz weer op jacht. Op de regenachtige zondag van 27 oktober koos de voormalige Zweedse tanker
Pan Gothia als de Willem Barendsz het ruime sop. In seizoen 1963-1964 laatste Nederlandse walvisexpeditie.
Boek
Mobi Dick - Herman Melville
|