|
Koningshuizen
Oranje
Europese koninklijke bastaarden - Hanno de Iongh
In 2001 verscheen bij uitgeverij Aspekt Oranje-bastaarden, een vademecum door de Vlaardingse historicus Hanno de Iongh, met een voorwoord van de historicus en Oranje-kenner J.G. Kikkert. Kort daarop kwamen de
eerste telefoontjes bij de uitgeverij binnen, van mensen die ook claimden een Oranje-bastaarden te zijn! Om het kaf van het koren te scheiden is Hanno de Iongh wederom in de pen geklommen en heeft nu de
Europese Koninklijke bastaarden in beeld gebracht. Ook hier wordt duidelijk dat het Europese blauw bloed zich
actief buiten het echtelijke bed heeft opgesteld. Onder andere Hendrik IV, Lodewijk XIV, Karel V, Karel II, Leopold II en August II komen uitgebreid aan bod, evenals hun minaressen, die moeders van de
buitenechtelijke kinderen. Een bijzonder naslagwerk!
Oranje-bastaarden - Hanno de Iongh De leden van het huis van Oranje hebben zich in de geschiedenis herhaaldelijk bedrijvig bewogen buiten het
eigen bed. En omdat lang niet alle buitenechtelijke nakomelingen aan de vergetelheid werden prijsgegeven, is
deze bedrijvigheid in een aantal gevallen van niet geringe historische relevantie. Als stadhouders waren de Oranjes niet minder actief dan als koningen. Soms dreigde de voortgang van de dynastie te stagneren. Maar
noch de geaardheid van koning-stadhouder Willem III, noch de impotentie van stadhouder Willem IV had blijvende gevolgen; althans vóór de schermen. Aan bod komen ook de Oranje-maïtresses, die uiteenlopende
functies hadden, zoals Maurits' vluchtige 'nachtvlinders' en 'grasmeisjes', als wel de bijna vorstelijke staat van jonkvrouw van Mechelen.
Het hof van Willem van Oranje< - Marie-Ange Delen
Al voordat de Nederlanden in het conflict met Spanje een machtsfactor van belang waren geworden, was het aan het hof van Willem van Oranje (1533-1584) een komen en gaan van prinsen, edelen, ambassadeurs en
andere hoogwaardigheidsbekleders. Dat bracht verplichtingen met zich mee. Wie internationaal wilde meetellen, diende hof te houden volgens precieze regels en protocollen, en in grootste stijl.
Zo werd het hof van stadhouder Willem iedere dag voorzien van enorme hoeveelheden etenswaren, waaronder exotische als olijven, gedroogde pruimen, kappertjes, zeehond en parmazaanse kaas. Wel werd
hij er regelmatig voor gewaarschuwd dat hij zich die luxe niet kon veroorloven: zijn hofhouding was boven zijn stand. Hij weigerde er zich iets van aan te trekken tot het echt niet langer kon.
Aan de hand van personeelslijsten, hofregels, tafeletiquettes, boodschappenlijsten, huishoudelijke memo's en vriendenboekjes deed marie-Ange onderzoek naar het hof van Willem van Oranje. Wie waren de hovelingen,
waar kwamen ze vandaan en waarom bleven ze hem trouw toen hij zich tot het calvenisme bekeerde? Welke ceremonies waren gebruikelijk en wat was hun betekenis? Wat voor geschenken ontving Willem en gaf hij
weg? En welke rol speelde maaltijden, cultuur en feesten?
Willem I, Willem II, kranten, kerkers, en koningen - E. Meeter
Vol leugens en vuil, was een oordeel over het opzienbare boek dat journalist Eillert Meeter (1818-1862) in
1857 liet uitgeven door J.F. Hope in Londen, onder de titel Holland, its Institutions, its Press, Kings en Prisons.
Meeter was een hoekige Groninger die zijn standpunten niet onder stoelen of banken stak. Hij was de man achter felle oppositionele bladen, zoals Tolk der Vrijheid en De Ooyevaar.
In zijn tijd werd Meeter uitgemaakt voor een sensatiejournalist, die onder andere in leven en tijd van koning
Willem I en koning Willem II dook. Maar vanuit de positie van vandaag bekeken was Meeter veel meer dan dat. Hij hield zich aan de (pikante) feiten en wordt tegenwoordig beschouwd als een martelaar voor de
persvrijheid. De persmuskiet Meeter vroeg aandacht voor het feit dat de Nederlandse monarchie met betrekking tot de
politieke besluitvorming de Eerste en Tweede Kamer graag oversloeg en in meer particuliere sfeer besloot.
Divers
De keizer in beeld - Saskia Asser en Liesbeth Ruitenberg
Willem II en de fotografie als PR-instrument. In de negenenvijftig treinwagons vol bezittingen die de laatste Duitse keizer Wilhelm II in 1919 en 1920 naar
zijn ballingsoord in Nederland had laten komen, bevonden zich ook duizenden foto's: Ingelijste foto's, losse foto's, albums, een kamerscherm met foto's, daguerreotypieën, kostbare platinadrukken, autochroomplaten etc
. Een groot deel van deze foto's (bijna 12.000 stuks) wordt nog altijd in Huis Doorn, laatste verblijf en rustplaats van de keizer, bewaard.
De foto's uit de collectie van Wilhelm II laten een vroeg begin zien van de gespannen relatie tussen media en monarchie, waarin Wilhelm II zijn keizerschap als een permanente show met de modernste technieken, zoals
fotografie en film, in beeld bracht. Opmerkelijk is hoe Wilhelm op haast moderne wijze public relations bedreef
via de fotografie. Het afbrokkelend draagvlak voor de absolute keizerlijke macht dwong Wilhelm namelijk tot een charme-offensief.
In de media moest zowel een beeld van onaantastbare keizerlijke grandeur als van burgerlijk, deugdzaam huisvaderschap voortbestaan. De keizer huurde de beste fotografen van zijn tijd in (o.a. Ottomar Anschütz,
Oscar Tellgmann), die met de nieuwste en duurste technieken hem voortdurend dienden te portretteren.
|